woensdag 15 mei 2019

Charlatan

Charlatan


Misschien, zei ze, had je als de
merel een vrouw moeten bezingen,
een nest moeten bouwen en geduldig afwachten
tot je jongen waren uitgevlogen.

Met zijn donkere ogen aanschouwde
hij haar sluiks vanonder zijn zwarte
hoed. Zijn weerbarstige lokken
omkransten zijn edel gelaat.

Gedecideerd stond hij op,
zwaaide de jas om zijn schouders,
en tuitte zijn lippen. Ving aan
met fluiten, melodieus en zuiver.

Wapperde sierlijk zijn armen,
strekte zijn pezige lijf uit en
vloog klapwiekend weg.

Vertwijfeld zag zij
hem gaan en
groette


Conny Lahnstein
27 maart 2019

Inzending voor de Haarlemse Dichtlijn, 100 dichters in de stad 2019

zaterdag 20 april 2019

Manager

Manager

Ze zegt ‘goedemorgen’ terug zonder 
op te kijken van haar werk. Kruipt krom 
tot in haar scherm, haar fysiotherapeut 
verdient er al jaren zijn brood mee. 

Haar agenda staat strak gepland, 
steevast op 5 minuten later. Haalt de 
verloren tijd in met onafgebroken ratelen.
Men zoekt naarstig naar de draad. 

Maar men volgt haar, zij is verantwoordelijk, 
trekt hen mee in haar kielzog. Doen nog een 
stapje sneller, want het einddoel in zicht.
En daarna de broodnodige sebattical. 


Conny Lahnstein
19 april 2019



maandag 15 april 2019

Dwaling

Dwaling


Het zijn de tijdreizigers, fluctuerend
en manoeuvrerend als onbehendige
Globetrotters over deze aardkloot. 
De gelederen dagelijks in rijen 
dringend naar later, de vooruitgang. 

De draad van de essentie onderweg 
allang verloren. De diepgang gefocust 
op zo’n 5 inch en op voldoende afstand, onophoudelijk de cloud afstruinend naar 
tijdelijk geluk. Alles is te koop, zelfs ik. 

En toch, dat onderhuids verlangen 
naar hemelse rust en balans. Het knaagt, 
frustreert de gemoederen murw. Excellent 
geworden in negeren, het leven te leven 
met de dood op de hielen 

en ondertussen 
vergeten uit te ademen. 

Conny Lahnstein



zaterdag 29 september 2018

In toom

In toom


Ze zeggen dat ze dood zijn! De wortels blijven 
onaangeroerd liggen. De straten blijven al
geruime tijd stil. Het rondje dorp vermeden. 

Er waren geruchten rond, over volle borden,
over afschrikwekkende leeuwenpoep, blonde 
beheerders en ontbrekende hekken.

Hij struint dagelijks de zanderige paden af,
vindt alleen hindes met jong grut. De bokken 
verscholen nogberaden zich op hetere daden. 

Het zal niet door het slechte weer zijn wat op 
komst is. Het zullen de geweren zijn die dol zijn
op afschot. Zij zullen weten dat ze dood zijn, 

morsdood.


Conny Lahnstein
25 september 2018

donderdag 13 september 2018

Appelbergen

Appelbergen


Hij is niet in de stemming om te
dichten, zegt hij. Het hoofd werkt
niet mee. Hij mijmert boven een glas
kruidenthee over het Ballooerveld, 
maar de woorden willen niet komen.

Tegenover het terras staan jonge 
bomen in keurige rijen, ras bij ras, 
loodrecht te dromen van een royalere 
plek, ergens in iemands tuin. Hun groene
lover schittert in de warme najaarszon.

Ik kijk op en zie hem schrijven, 
waarschijnlijk over de voltooid verleden 
tijd, over de paden waar hij fietste en 
nog jong was. Over het landschap waar 
hij toen zijn vele stappen zette.

Hij leest voor, ik luister aandachtig, terwijl 
ik zijn grijze krullen zie dansen in de wind.


Conny Lahnstein
Paviljoen Appelbergen Glimmen/Onnen

13-9-18

Reinigingsritueel

Reinigingsritueel


De jaren duurden voordat zij de
verstikkende brieven tot een stapel
kon vormen, er afscheid van mocht
nemen, met een zwart lint - en dan 
toch maar een strik - kon omwinden,

zij een diepe kuil kon graven, ergens 
op een stille plek, het ambtelijk gedrocht 
de diepte inkieperen, de fik erin steken, 
en zelfs urenlang de nagloeiende 
tentakels gelaten kon aanschouwen. 

Tot de as verwaaide, zij opstond om het
duister te wissen, flink aan te stampen, en 
bijna gewichtloos maar gelouterd haar 
toekomst kon vervolgen. 


Conny Lahnstein

12-8-18

woensdag 12 september 2018

Waarom?

Waarom?

Als alles al gedaan is, alles al
eerder bedacht tot in de nerf
van het zoveelste blad. Het
licht net iets lichter of gedimd,
de geuren in kleuren of zwart-wit.

Wie ben ik dan om opnieuw nog
nieuwer het oude bekende? Wie 
ben ik om het potlood steeds ter
hand, de inkt te laten vervloeien?

Het kind in mij, tastend en proevend,
om alles te willen begrijpen, te 
omvatten, wil mij maar niet verlaten.
Is dat wat mij volledig mens maakt?

Conny Lahnstein

Midlaren 11-9-18